14
nl | Installatie
4.5
Bekabeling
Opmerking!
Risico van storing
Bij het aansluiten van de uitbreiding op de controllers moet u twisted-pair afgeschermde
i
kabels gebruiken. De andere gebruikte kabels zijn niet gevoelig voor elektrische
interferentie. U moet echter voorkomen dat de kabels in de buurt van zware schakelkabels
en apparatuur worden gelegd. Indien dit onvermijdelijk is, kruist u de kabels elke 1 à 2 m
onder een rechte hoek om de interferentie te verminderen.
4.5.1
De juiste kabel kiezen om hoge vermogensdalingen te vermijden
Met de onderstaande berekening kunt u bepalen welk type kabel moet worden gebruikt. Als
u de voedingsbron en de uitbreiding vanuit de behuizing aansluit met de meegeleverde
kabelset, hoeft deze berekening niet te worden uitgevoerd.
Gebruik voor afstanden van minder dan 25 m geleiders van AWG18 (1 mm²). Breng voor
grotere afstanden een extra voedingsbron aan in de buurt van de uitbreiding.
Bereken de spanningsval door de karakteristieke weerstandswaarden van de geleider op te
zoeken in zijn specificaties. De spanningsval mag nooit groter zijn dan 2 V.
Voorbeeld:
Lengte = 100 m
Kritieke situatie! Plaats de voedingsbron dichter bij de uitbreiding.
Opmerking!
Deze specificaties zijn van toepassing op voedingsbronnen, relaisuitgangen en
i
uitbreidingsinterfaces.
Met betrekking tot ingangen moet er rekening worden gehouden met specifieke
spanningsvalwaarden. Zie hoofdstuk Analoge ingangsapparaten aansluiten, pagina 24.
2024-03 | V02 |
Installatiehandleiding
Uitbreidingseenh. 16 in- en 16 uitgangen
Bosch Security Systems B.V.