Instructies voor gebruik:
1.
Ingebruikneming
1.1 Steek de netstekker goed in het stopcontact.
1.2. Controleer of het condensaatreservoir goed in de luchtontvochtiger is geplaatst. (Wanneer u de luchtontvochtiger voor de
eerste keer gebruikt, kan het lampje "condenswaterreservoir vol" gaan branden. Trek het condensreservoir er even uit en
druk het er weer in en u bent klaar om te gaan).
1.3. Schakel het toestel in met de bedieningsschakelaar (aan/uit-knop). Druk nu op de vochtigheidsinstelknop en stel de
gewenste vochtigheid in. De streefwaarde "CNT" komt overeen met continu bedrijf ! De waarde die u instelt moet lager zijn
dan de huidige luchtvochtigheid in de kamer, wil het apparaat kunnen ontvochtigen. Als uw waarde hoger is dan de huidige
luchtvochtigheid in de kamer, draait de ventilator gedurende 3 minuten en schakelt het toestel vervolgens uit. Als de
luchtvochtigheid in de kamer boven de ingestelde waarde komt, begint het apparaat automatisch weer met ontvochtigen.
1.4. Gebruik de luchtcirculatie insteltoets om te kiezen tussen lage en hoge ventilatorsnelheid / luchtcirculatie.
1.5. Indien u de timerfunctie wilt activeren/gebruiken (functie voor het bepalen van de resterende tijd of functie voor het
vastleggen van een starttijd), drukt u op de TIMER toets.
Bepalen van de resterende werktijd: Druk tijdens bedrijf op de TIMER toets om de gewenste resterende werktijd van de
luchtontvochtiger te selecteren. (Er kan een waarde tussen 1 - 24 uur worden gekozen). Na afloop van de ingestelde
bedrijfstijd schakelt het toestel automatisch uit.
Bepalen van een starttijd: Wanneer de luchtontvochtiger is uitgeschakeld, druk op de TIMER toets om de gewenste starttijd
te selecteren. (Er kan een waarde tussen 1 - 24 uur worden gekozen). Na afloop van de gekozen tijd wordt het toestel
automatisch ingeschakeld (met de laatst gebruikte instellingen, op voorwaarde dat de netstekker in de tussentijd niet uit het
stopcontact is getrokken).
1.6. Als u de wasdroogmodus wilt gebruiken, drukt u op de toets om de wasdroogmodus te activeren. In de
wasdroogstand wordt de luchtcirculatie continu op hoog gezet.
ontvochtigd. Hier werkt het apparaat in de continue modus. Sluit de wasdroogmodus af door te drukken op
Druk nogmaals op de toets om de wasdroogfunctie te activeren.
1.7. In de luchtcirculatiestand (luchtzuivering) werkt alleen de ventilator en vindt er geen ontvochtiging plaats.
Start en beëindig deze instelling door op de toets te drukken om de
Luchtcirculatiestand (luchtzuivering).
2.
De opvangtank legen / Wanneer het lampje "Condensatietank vol" brandt
Wanneer het condensreservoir vol is, gaat het signaallampje branden en de luchtontvochtiger stopt
dan automatisch met ontvochtigen. Verwijder het condenswaterreservoir en maak het leeg. Nadat u
het condensreservoir weer netjes in het apparaat hebt geduwd, start de ontvochtigingsfunctie
automatisch opnieuw.
3.
Aansluiten van een slang
3.1. U heeft een ½ inch plastic slang nodig.
3.2. Verwijder het condensreservoir voor een korte tijd.
3.3. Steek de plastic slang door de opening boven het condensreservoir en sluit hem vervolgens aan op de
druppelkraan (zie onderstaande schema's). Duw vervolgens het condensreservoir netjes terug in het toeste
3.4. Juiste afvoer van condenswater met slangaansluiting ! Zorg ervoor dat de slang altijd een lichte helling heeft (zie de
volgende schema's).
Aktobis AG, Borsigstr. 20, D-63110 Rodgau / Duitsland
www.AKTOBIS.de
E-mail: info@aktobis.de