5
Beeldstabilisator
U kunt de beeldstabilisator in de AF- en de
MF-modus gebruiken. Deze functie zorgt voor een
optimale stabilisatie van het beeld overeenkomstig
de opname-omstandigheden (zoals bij opnamen
van stilstaande onderwerpen of opnamen waarbij
onderwerpen worden gevolgd).
1
Zet de STABILIZER-schakelaar op ON.
Als u de beeldstabilisatorfunctie niet wilt
●
●
gebruiken, zet u de schakelaar op OFF.
2
Wanneer u de ontspanknop half indrukt,
begint de beeldstabilisator te werken.
Controleer of het beeld in de zoeker stabiel is en
●
●
druk dan de ontspanknop helemaal in om de foto
te maken.
De beeldstabilisator kan een wazige foto die
●
●
wordt veroorzaakt door beweging van het
onderwerp niet compenseren.
De beeldstabilisator werkt mogelijk niet goed bij
●
●
het maken van een foto vanuit een hard op en
neer schuddend voertuig.
De Beeldstabilisator verbruikt meer stroom dan
●
●
normaal fotograferen, wat resulteert in minder
foto's en kortere filmopnamen.
Bij het fotograferen van een stilstaand onderwerp wordt
●
●
gecompenseerd voor trillingen van de camera in alle richtingen.
Bij opnamen waarbij onderwerpen in een horizontale
●
●
richting worden gevolgd, wordt gecompenseerd voor
verticale trillingen van de camera; bij opnamen waarbij
onderwerpen in een verticale richting worden gevolgd, wordt
gecompenseerd voor horizontale trillingen van de camera.
Als u een statief gebruikt, moet u de beeldstabilisator
●
●
uitschakelen, om de batterij te sparen.
Zelfs met een monopod zal de beeldstabilisator even
● ●
effectief zijn als tijdens fotograferen vanuit de hand.
Echter, afhankelijk van de opnameomstandigheden,
zijn er gevallen waarin het effect van de
Beeldstabilisator minder effectief kan zijn.
De beeldstabilisatorfunctie werkt ook wanneer het objectief
●
●
met een EF12 II- of EF25 II-tussenstuk wordt gebruikt.
De beeldstabilisator zal zelfs functioneren wanneer
●
●
u op de knop drukt die is toegewezen aan de
AF-functie met aangepaste functies voor de camera.
NLD-9