Installatie en bediening
Aansluiting op het lichtnet
•
Controleer of de technische specificaties van het apparaat (zie naamplaatje)
overeenstemmen met de gegevens van de lokale stroomvoorziening.
•
Sluit het apparaat aan op een enkele, voldoende beschermde aansluiting met
een beveiligd contact. Sluit het apparaat niet aan op een meervoudige
aansluiting.
•
Leg de verbindingskabel zo dat niemand erop kan lopen of erover kan struikelen.
5.2
Bediening
Vóór het eerste gebruik
1. Reinig het apparaat vóór gebruik volgens de instructies in hoofdstuk
"Reiniging".
2. Droog het toestel grondig.
Inbedrijfstelling van het apparaat
1. Sluit het apparaat aan op een geschikt enkelvoudig stopcontact.
2. Het apparaat inschakelen met behulp van de schakelaar die zich op de
achterkant van het apparaat bevindt.
3. Stel de gewenste temperatuur in (tot 95° C) met de temperatuurregelaar op de
voorkant van het toestel.
Het rode verwarmingscontrolelampje brandt.
Als de ingestelde temperatuur bereikt is, dooft het rode verwarmingsindicatielampje.
Als het apparaat is afgekoeld, gaat het rode lampje weer branden en is de
warmhoudplaat opnieuw opgewarmd. Dankzij deze functie is de warmhoudtplaat
beveiligd tegen oververhitting.
114356
NL
13 / 16