De ventilator draait niet (alleen
• Controleer of het apparaat is ingeschakeld.
• Controleer de netaansluiting.
• Controleer het netsnoer en de netstekker op
beschadigingen.
• Controleer de ruimtetemperatuur. Schakelt de
ruimtethermostaat uit, gaat ook de ventilator uit.
• De ventilatormotor kan defect zijn. Laat een defecte
ventilatormotor vervangen door een elektrotechnisch
vakbedrijf.
De luchtstroom is beperkt (alleen
• Controleer de luchtinlaat en -uitlaat. De luchtinlaat en
-uitlaat moeten vrij zijn. Verwijder eventuele vervuilingen.
De minimale afstanden t.o.v. wanden en objecten volgens
de technische gegevens aanhouden.
Let op
Wacht na alle onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden minimaal 3 minuten. Schakel
het apparaat daarna weer in.
Werkt uw apparaat na deze controles nog niet
probleemloos?
Neem contact op met de klantenservice. Evt. het apparaat voor
reparatie naar een geautoriseerd elektrotechnisch vakbedrijf of
naar Trotec brengen.
NL
TRH 22 E
/
TRH 23
E):
TRH 22 E
/
TRH 23
E):
olieradiator TRH 20 E / TRH 21 E / TRH 22 E / TRH 23 E
Onderhoud
Werkzaamheden voor aanvang van het onderhoud
Waarschuwing voor elektrische spanning
Raak de netstekker niet aan met vochtige of natte
handen.
• Schakel het apparaat uit.
• De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken
door de stekker vast te pakken.
• Laat het apparaat volledig afkoelen.
Waarschuwing voor elektrische spanning
Werkzaamheden waarvoor het openen van de
behuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend door
geautoriseerde vakbedrijven of door Trotec worden
uitgevoerd.
Let op
Het apparaat is gevuld met het warmtemedium olie.
Werkzaamheden waarvoor het oliereservoir moet
worden geopend, mogen alleen door Trotec worden
uitgevoerd. Bij olielekkages contact opnemen met de
klantenservice.
Behuizing reinigen
Waarschuwing voor elektrische spanning
Dompel het apparaat nooit onder in water!
Reinig de behuizing met een vochtige, zachte en pluisvrije doek.
Zorg dat geen vocht in de behuizing komt. Zorg dat elektrische
onderdelen niet in contact komen met vocht. Gebruik geen
agressieve reinigingsmiddelen, bijv. reinigingssprays,
oplosmiddelen, alcoholhoudende reinigingsmiddelen of
schuurmiddelen voor het bevochtigen van de doek.
Wrijf de behuizing na het reinigen droog.
11