■ O AE BKT
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt,
maakt de camera drie opnames: de eerste met be-
hulp van de gemeten belichtingswaarde, de tweede
overbelicht door de hoeveelheid geselecteerd voor
J AE BKT EV-STAPPEN in het opnamemenu
(P 91) en de derde onderbelicht door dezelfde
hoeveelheid (de camera kan de geselecteerde brac-
ketingstappen niet gebruiken als de hoeveelheid
over- of onderbelichting de grenzen van het belich-
tingsmeetsysteem overschrijdt).
■ X FILMSIMULATIE BKT
Telkens als de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt
de camera één opname en verwerkt deze tot drie
exemplaren met verschillende P FILMSIMULA-
TIE-instellingen (P 88): c PROVIA/STANDAARD
voor het eerste, d Velvia/LEVENDIG voor het
tweede en e ASTIA/LAAG voor het derde exem-
plaar.
46
I Continustand (continu fotograferen)
■ Y DYNAMISCH BEREIK BKT
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt,
maakt de camera drie opnames bij verschillende
instellingen voor U DYNAMISCH BEREIK (P 88) :
A 100% voor de eerste, B 200% voor de
tweede en C 400% voor de derde (N ISO kan
3200 niet overschrijden; waarden lager dan 400 zijn
niet beschikbaar wanneer O is geselecteerd voor
O BEELDGROOTTE).