5 Persoonlijke instellingen
5.13
OptiStart
Fabrieksinstelling: AAN
Mogelijke instellingen:
▪ AAN
▪ UIT
5.14
EcoManagement
Fabrieksinstelling: AAN
Mogelijke instellingen:
▪ AAN
▪ UIT
5.15
Tellers wissen
Fabrieksinstelling: NEE
Mogelijke instellingen:
▪ JA
▪ NEE
5.16
Kinderbeveiliging
Fabrieksinstelling: UIT
Mogelijke instellingen:
▪ AAN
▪ UIT
5.17
Warmtepomp (afhankelijk van het model)
Fabrieksinstelling: AAN
Mogelijke instellingen:
▪ UIT
▪ AAN
30
Is de persoonlijke instelling ingescha-
keld, dan kan bij de programmaselectie
de extra functie «OptiStart» worden gese-
lecteerd door op de toets
Ecomanagement stelt informatie over het
energie- en waterverbruik van het appa-
raat ter beschikking.
Met «UIT» kan het Ecomanagement wor-
den uitgeschakeld.
Met «JA» worden alle verbruikswaarden
van Ecomanagement op "0" gereset.
De kinderbeveiliging voorkomt een onbe-
doeld starten van het programma.
Indien de kinderbeveiliging is ingescha-
keld, kan een programma uitsluitend
worden gestart door twee toetsen tegelij-
kertijd in te drukken.
Afhankelijk van de spoeltemperatuur
wordt de warmtepomp ingeschakeld. Het
energieverbruik wordt verlaagd, de pro-
grammaduur verlengd. Afhankelijk van
de instelling (persoonlijke instellingen,
extra functies) varieert de programma-
duur nog eens extra.
Als meerdere programma's na elkaar
worden gestart, blijft de warmtepomp
mogelijk uitgeschakeld.
te drukken.