Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Inbinding Verwijderen; De Verwijderfunctie Gebruiken - GBC SureBind System Three Pro Gebruiksaanwijzing

Inhoudsopgave

Advertenties

Instellen
Stel de randgeleider voor ponsen in door de vleugelschroef
boven op de geleider los te draaien en de geleider langs
de schaal naar het juiste papierformaat te schuiven. Draai
de schroef vast om de geleider in de juiste positie te vast te
zetten.
Controleer de uitlijning van de randgeleider voor inbinden
door een inbindstrip met gaten in de uitsparing te plaatsen.
Leg een vel correct uitgelijnd geponst papier op de strip
en lijn de gaten in het geponste papier en de strip met
elkaar uit, zodat de strip niet zichtbaar is aan de boven- of
onderkant van het papier. Pas zo nodig de geleider aan door
de vleugelschroef boven op de geleider los te draaien en
de geleider naar de rand van het papier te schuiven. Draai
de schroef vast om de geleider in de juiste positie te vast te
zetten.
Ponsen
Met de knop voor automatisch ponsen kunt u de ponsfunctie
in de automatische modus gebruiken: schuif het papier
tegen de randgeleider voor ponsen om de triggerschakelaar
voor automatische ponsen te activeren. Als de knop voor
automatisch ponsen is geselecteerd, kunt u ook ponsen
door het voetpedaal in te drukken. Wilt u de modus voor
automatisch ponsen niet gebruiken, dan drukt u op de knop
voor automatisch ponsen om terug te keren naar de modus
voor handmatig ponsen. Plaats het papier vervolgens goed
uitgelijnd in de ponssleuf en druk op de ponsknop.
Om vastlopen bij het ponsen te voorkomen, dient u per keer
slechts 25 vellen papier van 80g/m² te ponsen (of minder
vellen bij zwaarder papier). Pons een segment van 25 vellen
uit uw document en leg de geponste vellen in een stapel op
het inbindoppervlak. Pons per keer maximaal vier dikke of
drie transparante omslagen.
Leg na elke ponsbewerking het geponste segment van uw
document op het inbindoppervlak. Wanneer u uw document
op een ander oppervlak stapelt, kan dit problemen
veroorzaken omdat de inbindstrip met gaten dan mogelijk
niet correct over de positioneringspin kan worden geplaatst.
Inbinden
Als u de machine net hebt ingeschakeld, moet u wachten totdat
de machine is opgewarmd. Gebruik de inbindfunctie pas als
het gele stand-by-lampje uit is en de groene gereed-indicator
brandt.
Plaats de inbindstrip (de onderste strip met gaten) met
de gestructureerde kant omlaag in de uitsparing vóór de
achteraanslag. Zorg ervoor dat het kleine gaatje in de
inbindstrip met gaten zich boven de positioneringspin
bevindt. De positioneringspin bevindt zich aan de linkerkant
van het gebied met de uitsparing vóór de achteraanslag.
De positioneringspin past in het kleine gaatje in de
plastic inbindstrip met gaten. De strip is correct over de
positioneringspin geplaatst wanneer de strip niet goed naar
rechts kan worden geschoven. Onjuiste uitlijning van de
strip kan leiden tot schade aan de machine.
Leg de achteromslag (met de buitenkant naar beneden), de
geponste vellen (laatste pagina onderop) en de vooromslag
(met de voorkant naar boven) boven op de inbindstrip met
gaten.
30
Bepaal nu de juiste grootte van de strip met pinnen. Stel met
1
2
de schaal op de achteraanslag de dikte van het document
en de grootte van de benodigde pinnen vast (25 mm, 51 mm
of 75 mm). De pinnen moeten helemaal door het document
steken, maar mogen er niet meer dan 25 mm bovenuit
steken. Steek de pinnen van de strip door de gaten in het
document en de gaten in de inbindstrip.
Selecteer de inbindsnelheid: druk op >1" (>25mm) voor
documenten met een dikte van 25 mm of meer en druk op
de knop <1" (<25mm) voor documenten met een dikte van
minder dan 25 mm.
Start het inbindproces door de drukbalk naar u toe te trekken
en deze op het document te laten zakken. De inbindcyclus
wordt gestart; de balk gaat omhoog wanneer het inbinden is
voltooid. Om vastlopen te voorkomen, dient u de balk niet te
laten 'vallen' maar rustig op het document te laten zakken.

Inbinding verwijderen

U kunt de inbinding van een ingebonden document op twee
manieren verwijderen: met de verwijderfunctie op de machine
of met de ontbinder.

De verwijderfunctie gebruiken

U kunt de inbinding van een ingebonden document
verwijderen door te drukken op de knop Inbinding
verwijderen (Debind). De inbindmachine gaat dan over op
de verwijdermodus.
Plaats het document met de vooromslag omhoog en de
plastic strip tegen de achteraanslag, net zoals u doet
als u een document gaat inbinden. De linkerkant van het
document moet tegen de randgeleider voor inbinden
liggen. Schuif het document over de positioneringspin.
De positioneringspin bevindt zich aan de linkerkant van
het gebied met de uitsparing vóór de achteraanslag. De
positioneringspin past in het kleine gaatje in de plastic strip.
Het document is correct over de positioneringspin geplaatst
wanneer het tegen de achteraanslag ligt en niet goed naar
rechts kan worden geschoven.
Trek de drukbalk naar u toe en laat deze op het document
zakken. De verwijdercyclus wordt gestart. De teller voor
inbinden/inbinding verwijderen telt het aantal seconden af
3
4
dat de machine nog nodig heeft om de cyclus te voltooien.
De balk gaat omhoog wanneer het proces is voltooid.
Pak direct hierna het document van de machine. Houd het
goed vast en trek de bovenste strip van het document. Als
u dit niet snel genoeg doet, kan de strip niet meer goed
verwijderd worden. Voer in dat geval het proces voor het
verwijderen van de inbinding opnieuw uit en trek deze keer
de strip sneller van het document.
5

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave