2.5.3 Het controlemechanisme van het koelcircuit
Om de koude van de koeltank te vervoeren naar de plaats waar het nodig is,
wordt een koelcircuit gebruikt. Een shuntklep en een regeleenheid houden
de temperatuur van het koelcircuit constant. Deze regeleenheid heeft instel-
lingen voor het instelpunt, P-gebied en I-tijd.
De HPC-CM-module heeft ingangen voor een luchtvochtigheidsensor die
zowel de kamertemperatuur als de relatieve luchtvochtigheid meet. Eenmaal
aang-esloten kan het controlesysteem voor het dauwpunt worden geac-
tiveerd. Dit controlesysteem berekent vervolgens het dauwpunt en verhoogt
zonodig het instelpunt van het koelcircuit om condensvorming te voorkomen.
2.5.4 Bokkering van de koeling
Het koelcircuit kan bij lage buitentemperaturen worden geblokkeerd. Een
tem-peratuurslimiet, met het achterblijven, blokkeert het gebruik van actieve
ko-eling. Een andere limiet blokkeert passieve koeling. Wanneer passieve
koeling is geblokkeerd, worden de regeleenheid van het koelcircuit en de
circulatie-pomp stopgezet. De circulatiepomp wordt regelmatig getraind.
18 – Thermia
VUIFB110