De kleuren van de draden in het aansluit-
voorbeeld komen overeen met een standaard
CAT5-kabel en kunnen bij andere kabels afwij-
ken. Voor de juiste werking van de bedrading is
de kleur niet van belang.
1.
De draden overeenkomstig het gewenste aansluitschema
aansluiten.
2.
Na de inbedrijfstelling kan het relais voor de externe uitscha-
keling via het display van de omvormer worden ingesteld als
opener of sluiter (zie "8.4.8 Noodstroom uit (externe uitscha-
keling)", S. 102).
Installatie- en gebruikshandleiding voor omvormer RPI M50A_12s V1 EU NL 2017-03-20
6 Installatie
63