Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Bandenspanningscontrolesysteem (Optie); Bandenspanningscontrole Deactiveren - Volvo V70 2006 Instructieboekje

Inhoudsopgave

Advertenties

Bandenspanningscontrolesysteem (optie)

Het bandenspanningscontrolesysteem (TPMS,
Tyre Pressure Monitoring System) waarschuwt
de bestuurder, wanneer de spanning in één of
meer banden te laag is. Het systeem maakt
gebruik van sensoren in de ventielen van de
banden. Bij snelheden van ca. 40 km/h contro-
leert het systeem de bandenspanning. Als de
spanning dan te laag is, gaat het waarschu-
wingslampje op het instrumentenpaneel
branden en verschijnt er een melding op het
informatiedisplay.
Controleer het systeem altijd na het verwisselen
van wielen om er zeker van te zijn dat de vervan-
gende wielen compatibel zijn met het systeem.
Zie pagina 155–156 voor informatie over de
juiste bandenspanning.
N.B. Ook mét het TPMS-systeem moet u het
normale onderhoud aan de banden blijven
plegen.
BELANGRIJK!
Als er een storing optreedt in het banden-
spanningscontrolesysteem, gaat het
waarschuwingslampje op het instrumenten-
paneel branden. Bovendien verschijnt de
melding BANDENSP.SYSTEEM SERVICE
VEREIST. Dit kan meerdere oorzaken
hebben. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er
een wiel gemonteerd werd met een sensor
die niet past bij het bandenspanningscon-
trolesysteem van Volvo.
Bandenspanningscontrolesysteem
afstellen
Om de aanbevolen bandenspanning van Volvo
aan te kunnen houden is het mogelijk het
bandenspanningscontrolesysteem af te stellen,
bijvoorbeeld bij een zware belading.
N.B. De motor mag daarbij niet lopen.
– Pomp de banden tot de juiste spanning op.
– Zet het contact in stand I of II.
– Draai aan het duimwiel op de linker stuur-
hendel, totdat de melding
BANDENSPANNING KALIBREREN op het
informatiedisplay verschijnt.
– Houd de knop RESET ingedrukt, totdat de
melding BANDENSPANNING
GEKALIBREERD! verschijnt.
Bij een lage bandenspanning
Doe het volgende, wanneer de melding LAGE
BANDENSPAN. CONTR. BANDEN voor een
lage bandenspanning op het informatiedisplay
verschijnt:
– Controleer de bandenspanning van alle vier
de wielen.
– Pomp de band(en) tot de juiste spanning op.
– Rijd ten minste 1 minuut onafgebroken in de
auto op een snelheid van 40 km/h of hoger
en ga na of de melding verdwijnt.

Bandenspanningscontrole deactiveren

N.B. De motor mag daarbij niet lopen.
– Zet het contact in stand I of II.
Wielen en banden
– Draai aan het duimwiel op de linker stuur-
hendel, totdat de melding
BANDENSP.SYSTEEM AAN op het infor-
matiedisplay verschijnt.
– Houd de knop RESET ingedrukt, totdat de
melding BANDENSP.SYSTEEM UIT
verschijnt.
Herhaal de punten 1–3 om het systeem
opnieuw te activeren, waarna de melding
BANDENSP.SYSTEEM AAN op het informatie-
display verschijnt.
Adviezen
Er zitten alleen TPMS-sensoren in de ventielen
van de wielen die in de fabriek werden gemon-
teerd.
• Bij een compact reservewiel (Temporary
Spare) ontbreekt een dergelijke sensor.
• Bij gebruik van wielen zonder TPMS-sensor
zal iedere keer dat u meer dan 10 minuten
lang sneller rijdt dan 40 km/h de melding
BANDENSP.SYSTEEM SERVICE VEREIST
verschijnen.
• Volvo adviseert TPMS-sensoren te laten
monteren op alle wielen (zomer- of winter-
banden) van de auto.
• Volvo raadt het af sensoren van het ene wiel
over te zetten op een ander wiel.
WAARSCHUWING!
Houd bij het oppompen van een band met
TPMS het mondstuk recht tegen het ventiel
aan om het ventiel niet te beschadigen.
159

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

V70 r 2006Xc70 2006

Inhoudsopgave