28 (38)
7.2 Het hulpstuk reinigen
Reinig het hulpstuk regelmatig om te voorkomen dat zich vuil ophoopt dat moeilijker te verwijderen is. Er kan
een hogedrukreiniger met een mild reinigingsmiddel worden gebruikt voor het reinigen. Gebruik geen sterke
oplosmiddelen en sproei niet direct op de hydraulische componenten of op de labels op het hulpstuk.
7.3 Inspectie van metalen constructies
Ook de metalen constructies van het aanbouwwerktuig moeten regelmatig worden geïnspecteerd. Controleer
ze op schade en inspecteer de snelkoppelingsbeugels en het gebied daaromheen zorgvuldig. Het
aanbouwwerktuig mag niet worden gebruikt als het is vervormd, gebarsten of gescheurd.
Reparaties door lassen mogen alleen door professionele lassers worden uitgevoerd. Bij het lassen mogen
alleen methoden en additieven worden gebruikt die geschikt zijn voor het staal dat in het aanbouwwerktuig is
gebruikt. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde service point voor meer informatie.
7.4 Smeren
Er zijn in totaal 4 smeerpunten op de
verbindingspunten
aanbouwwerktuig.
Het juiste smeringsinterval hangt sterk
af
van
het
gebruik
bedrijfsomstandigheden. Er moet ten
minste na iedere 10 uur gebruik
smeermiddel worden toegevoegd. Er
moet
voldoende
smering
gegarandeerd en als de lagers vuil
zijn, moet er smeermiddel worden
toegevoegd;
het
smeermiddel duwt het vuil uit de
lagers.
Reinig het uiteinde van de nippel voor
het smeren en breng een kleine
hoeveelheid vet per keer aan. Alle
smeernippels zijn standaard M6- of
R1/8"-nippels. Vervang beschadigde
nippels.
van
het
en
de
worden
toegevoegde