Montage
Na koppeling dient u de accessoires te monteren op specifieke locaties binnen uw woning. Bij
montage dient u ook de signaalsterkte te testen. Dit om zeker te stellen dat het accessoire zich
binnen bereik van het controlepaneel bevind. Zie hieronder voor instructies mbt testen
signaalsterkte en montage.
1. Schakel de koppelmodus op het controlepaneel in door 1 keer op de functie-knop te drukken.
2. Zoek een locatie waar u een accessoire wilt monteren. Houd het accessoire op deze plek en druk
de koppelmodus-knop op het accessoire in. Zie handleiding van het accessoire voor meer
informatie.
3. Wanneer binnen bereik van het controlepaneel speelt dit een "Ding Dong" geluid af. Dit geeft aan
dat er verbinding is tussen accessoire en controlepaneel. Wanneer u zeker bent dat het
accessoire goed kan werken op de gekozen locatie, kunt u verder gaan met de montage.
4. Let bij montage op de juiste werking van de manipulatieschakelaar. Zie handleiding accessoire
voor details.
Controlepaneel
1. Gebruik de twee gaten in de wandmontageplaat, markeer de locatie van deze gaten op de muur,
bij voorkeur op borsthoogte.
2. Boor twee gaten in de muur, plaats de wandmontageplaat met de meegeleverde schroeven en
pluggen.
3. Plaats het controlepaneel op de plaat.
8
Montage-gaten
Wandmontageplaat