03
STUURWIEL
Stel het stuurwiel af
Het stuurwiel is in de hoogte en de diepte te verstellen.
5
1. Schuif/trek
de hendel onder het stuurwiel vooruit/achteruit.
2. Zet het stuurwiel in de gewenste stand en zet de hendel terug in de
stand voor vergrendeling.
Linker stuurknoppenset
Met de pijlen (
en
bestuurdersdisplay kiezen uit de beschikbare rijhulpsystemen. Bij een
wit rijhulpsymbool is de functie actief. Een grijs symbool geeft aan dat
het desbetreffende systeem geannuleerd is of stand-by staat.
Symbolen op het bestuurdersdisplay:
) van de linker stuurknoppenset kunt u op het
De snelheidsbegrenzer helpt om een gekozen maximumsnelheid
niet te overschrijden.
De cruisecontrol helpt u om een gelijkmatige snelheid aan te hou-
den.
De adaptieve cruisecontrol* helpt u om een gelijkmatige snelheid
aan te houden in combinatie met een vooraf gekozen tijdsverschil
tot voorliggers.
De Pilot Assist met stuurhulp helpt u om de auto tussen de zijmar-
keringen van de rijstrook te houden in combinatie met een vooraf
gekozen tijdsverschil ten opzichte van voorliggers.
Tik op
om het desbetreffende systeem te starten of te annuleren.
Bij kort indrukken van
/
verhoogt/verlaagt u de ingestelde snel-
heid met 5 km/h (5 mph). Houd de knop ingedrukt om de snelheid